Ik ben God niet

... het lijkt me nu wel zeker, het lijkt me nu wel...

Maar ons kleinste kindeken kent dat liedje niet. Haar moeder is haar god. Geen overkanten!
Aan de overkant staat een papa die alle kunstjes uit zijn mouw schudt om zijn jongste dochter aan zijn kant te winnen. Hoe graag ze haar papa bij zich had een paar weekjes geleden, zo hard gilt ze nu in zijn oren, gooit ze zich colèrig neer als hij haar pakt wanneer zij aan moeder dacht, vertikt ze het om getroost te worden door de Held. De Held van moeder... maar moeder blijft God.


De jongste telg is het zonneke van moeder.

Ze laaft zich nog steeds met de melk van moedergod. Als ze hét woord hoort vallen op een tijdstip dat zou kunnen doen vermoeden dat de tijd daar is, laat ze álles vallen en is ze er als de kippen bij.
's Morgens verloopt dat allemaal zeer rustig en nog wat slaapdronken. 's Avonds sputtert dat af en toe al eens tegen. Ze komt dan de marchandise checken en met wat pech muist ze er al snel vanonder om weer met het lawaai van broer en zussen mee te doen.
Ik vraag me af of het nog een lang leven beschoren is, dat laven van ons jongste kuiken.

Gemakkelijk een kwartier staat ze voor het grote raam te kijken naar haar lievelingspoes. Die draait tegen het raam en geeft kopjes, eet wat van zijn brokken ('zijn' ja, het is een kater) en legt zich voor haar neus op het terras. Het kind is dolenthousiast. Ge zou u al bijna afvragen waarom ze aan tafel meer met haar rug naar haar bord zit dan naar het grote raam of waarom ze bij het in huis komen onmiddellijk de aanwezigheid van het poezenbeest checkt. Verwondert het dat ze ondertussen vlotjes "poehf" zegt en iets wat op miauw lijkt?

Ze leest graag boekjes. Ze speelt zo lief met de poppen, houdt van verstop- en pakspelletjes,... klimt op stoeltjes, trappen, in de zetel.


En als ze haar twee armkes rond mijn nek zwiert en haar gezicht tegen het mijne drukt, als ze met twee handjes in mijn haren graait om mijn hoofd naar de juiste kant te draaien, als ze me kusjes komt geven, dan vergeef ik haar donderwolkmomenten in één oogopslag.


Moeder, haar god, is een goeie weervrouw. Na de regen (van het wakkerworden op onchristelijke uren, het -tot een half uur lang- krijsen aan het moederbeen omdat het eten nog in de potten zit en niet op tafel staat, het niet aflatend gebrul als ze wil drinken en er niet rap genoeg gevolg aan wordt gegeven) komt áltijd zonneschijn!!
Zodus genieten we van ons zonneke! Binnen de kortste keren is zij het vierde varkentje in onze stal en verschijnen hier enkel nog teksten die doorspekt zijn van de zwijnerij.

Om te reageren moet je ingelogd zijn...