De andere kant
Buiten wat oppervlakkigheden wordt er hier al een tijd niet veel geschreven over Fien en dat heeft zo zijn redenen.
Ze heeft het niet altijd gemakkelijk, die vijfjarige van ons. Daarover schrijven is -om het zacht uit te drukken- niet persé een plezier. Het zijn immers niet haar schoonste kantjes...
De meeste mensen kennen Fien als een lieve en flinke kleuter. Dat is ze ook, absoluut!
Maar die flinke, lieve kleuter durft hier thuis al eens te ontploffen. Dat gaat dan met gestamp en gebrul, huilen en weglopen. Ze is in zo'n gevallen voor weinig rede vatbaar. Compromissen vallen niet te sluiten.
Eigenlijk bedoelt ze het vaak niet zo. Ze weet immers wel hoe ze gepaster kan reageren op bepaalde situaties, maar dan plots is alle rede weg en ontploft de boel. Om futiliteiten, bagatellen,...
Vandaag was Klaas kop van jut. Hij mocht geen kamp bouwen op de mat want dan kon zij niet goed spelen. Klaas die niet wijkt voor de grillen van zijn zussen kreeg er dus stevig van langs. Hij nam een pak rammel van Fien in ontvangst.
Ik stond ondertussen aan het vuur en hield de boel vanop afstand in de gaten. Klaas huilde en uitte zijn misnoegen. Iets als "jij slaagt mij en ik doe helemaal niks!" Van zijn plannen wijken was nog geen optie, dus kreeg hij een nieuw pakske slaag.
En toen... deed ons colèrig bieke zichzelf pijn en kwam ze bij moeke huilen.
Het keukentrapke stond al klaar. Blijven zitten en afkoelen.
Terwijl de drie andere kinderen schoon verder speelden (ze bouwden zelfs geen kamp, ze maakten een glijbaan met de planken), brulde het oudste kind het kot bijeen. Luisteren naar moeder was er niet bij. Handen op de oren en "ik luister niet naar jou!" brullen, dat wel.
Ze koelde af. En moeders voelen dat, wanneer de temperatuur weer aanvaardbaar is en er binnen de persoonlijke cirkel van het kind mag getreden worden. Dan wordt er weer gepraat en aanvaard, geknuffeld en gehuild.
Even later ben ik dan weer trots op dat oudste kind als ze tegen zussen en broer kan zeggen "Ik ben nimeer wild, ik ben rustig nu. Laat mij maar efkes alleen spelen."
Haar groot-worden loopt niet onbezorgd en zonder slag of stoot.
Als moeder sta ik er vaak naar te kijken en denk ik "lief kind, ge maakt het uzelf niet gemakkelijk." Maar meer dan aan de kant staan en mijn armen uitsteken als ze valt, ze troosten en weer op pad zetten, kan ik niet doen.












































